Leestijd: 4 minuuten
Nieuwe regels voor servicekosten vanaf 1 januari 2027: wat verandert er?
Servicekosten leiden regelmatig tot geschillen tussen huurders en verhuurders. Welke kosten mogen worden doorberekend? Hoe moet de verhuurder deze kosten verdelen? En wat kan een huurder doen bij een onjuiste afrekening? Met de Wet modernisering servicekosten veranderen de regels vanaf 1 januari 2027. Vooral het onderscheid tussen bestaande en nieuwe huurovereenkomsten is belangrijk.
Wat zijn servicekosten?
Servicekosten zijn kosten die een verhuurder naast de kale huurprijs in rekening brengt voor bepaalde zaken en diensten die samenhangen met de bewoning.
Denk bijvoorbeeld aan schoonmaak van gemeenschappelijke ruimten, stoffering, bepaalde nutsvoorzieningen of werkzaamheden van een huismeester.
De wettelijke regeling is onder meer opgenomen in artikel 7:237 BW en artikel 7:259 BW.
In de praktijk ontstaan geschillen wanneer onduidelijk is welke werkzaamheden zijn verricht, welke kosten daadwerkelijk zijn gemaakt of hoe de verhuurder deze kosten over de huurders heeft verdeeld.
Acht categorieën toegestane servicekosten
Op 1 januari 2027 treedt de Wet modernisering servicekosten in werking.
Voor nieuwe huurovereenkomsten geldt vanaf die datum een limitatieve lijst met acht categorieën servicekosten.
Het gaat om kosten voor warmte en koude, elektriciteit, gas en water, roerende zaken, kleine herstellingen, toezicht, beveiliging en vuil, signaallevering, verzekeringen en fondsvorming en administratie.
Kosten die niet binnen een van deze categorieën vallen, mogen bij nieuwe overeenkomsten niet als servicekosten in rekening worden gebracht.
Daarnaast bevat de nieuwe Regeling servicekosten regels voor de berekening en verdeling van deze kosten.
Daarmee wil de wetgever meer duidelijkheid bieden over wat verhuurders mogen doorberekenen.
Wat geldt voor bestaande huurovereenkomsten?
Een belangrijk onderdeel van de nieuwe wet is het overgangsrecht.
Voor huurovereenkomsten die vóór 1 januari 2027 zijn ondertekend, blijft in beginsel het eerdere regime gelden. De nieuwe limitatieve lijst en berekeningsregels worden dus niet automatisch van toepassing op alle bestaande huurcontracten.
Huurders en verhuurders kunnen wel afspreken dat de nieuwe regels ook voor hun bestaande overeenkomst gaan gelden. Hiervoor is instemming van de huurder vereist.
Daarnaast zijn er wijzigingen die vanaf 1 januari 2027 ook voor bestaande overeenkomsten gelden.
Bij de beoordeling van servicekosten is de datum waarop de huurovereenkomst is ondertekend daarom van belang.
Ruimere mogelijkheden bij de Huurcommissie
De Wet modernisering servicekosten verandert ook de mogelijkheden om geschillen aan de Huurcommissie voor te leggen.
Huurders met een nieuwe huurovereenkomst kunnen vanaf 1 januari 2027 het voorschot voor alle acht categorieën servicekosten laten toetsen.
Voor bestaande huurovereenkomsten gelden beperktere mogelijkheden. Daarbij blijft de toetsing van voorschotten in beginsel beperkt tot gas, elektriciteit en water, wanneer sprake is van een individuele meter.
Daarnaast kunnen vanaf 1 januari 2027 twee of meer huurders gezamenlijk een verzoek bij de Huurcommissie indienen. Deze mogelijkheid geldt zowel voor nieuwe als bestaande huurovereenkomsten.
Dit kan vooral relevant zijn voor huurders binnen hetzelfde appartementencomplex die met vergelijkbare servicekosten worden geconfronteerd.
Geen of onjuiste afrekening: wat zijn de gevolgen?
Verhuurders moeten jaarlijks verantwoording afleggen over de in rekening gebrachte servicekosten.
Wanneer een verhuurder geen afrekening verstrekt of een onjuiste afrekening aanlevert, kan de Huurcommissie onder de nieuwe regels gebruikmaken van wettelijke normbedragen.
Afhankelijk van de omstandigheden kan dit ertoe leiden dat de servicekosten op een lager bedrag worden vastgesteld. In bepaalde gevallen kan dit zelfs uitkomen op nul euro.
De Huurcommissie kan de verhuurder eerst de gelegenheid geven om een ontbrekende of onjuiste afrekening te herstellen.
Voor verhuurders wordt een volledige en controleerbare administratie daarmee extra belangrijk.
Wat kunnen huurders en verhuurders doen?
Verhuurders doen er verstandig aan hun huurovereenkomsten, servicekostenadministratie en wijze van afrekening tijdig te controleren. Daarbij moet rekening worden gehouden met het onderscheid tussen oude en nieuwe contracten.
Voor huurders is van belang dat zij inzicht kunnen krijgen in de gemaakte kosten en kunnen nagaan of de afrekening aansluit bij de wettelijke regels.
Een geschil over servicekosten hoeft niet altijd tot een gerechtelijke procedure te leiden. Afhankelijk van de overeenkomst en het soort geschil kan de Huurcommissie een rol spelen.
Advies van Amstel Advocaten
De Wet modernisering servicekosten brengt nieuwe verplichtingen en mogelijkheden voor huurders en verhuurders met zich mee. Vooral bij bestaande overeenkomsten en de overgang naar het nieuwe stelsel kunnen juridische vragen ontstaan.
Amstel Advocaten adviseert over servicekosten, huurovereenkomsten en geschillen tussen huurders en verhuurders.
Wilt u uw servicekostenregeling laten beoordelen of heeft u een geschil over een afrekening? Neem dan contact op met Amstel Advocaten.
Bronnen: Huurcommissie, Wet modernisering servicekosten: nieuwe regels vanaf 1 januari 2027 en Huurcommissie, Nieuwe Regeling servicekosten.
Vragen over servicekosten?
U kunt altijd vrijblijvend contact opnemen.
Neem contact op met onze specialist Annemarie Govers-Schotten