Leestijd: 6 minuuten
Huurder van huurcontract verwijderen: mag u weigeren bij onvoldoende inkomen?
Eén huurder vertrekt, de ander blijft. Vervolgens krijgt u het verzoek om de vertrekkende huurder van het huurcontract te verwijderen. Uw antwoord: alleen als de achterblijver zelfstandig aan de inkomenseisen voldoet.
Dat is vanuit uw positie als verhuurder begrijpelijk. U wilt voldoende zekerheid dat de huur wordt betaald. Toch geven uw inkomenseisen u geen absoluut veto. De rechter kan bepalen dat het huurderschap van één huurder eindigt. Ook zonder uw instemming.
Daarvoor gelden wel voorwaarden. Een verhuizing of vertrekverzoek beëindigt het huurderschap niet automatisch.
Mag een verhuurder weigeren een medehuurder van het contract te halen?
Bij contractuele medehuur zijn meerdere personen als huurder partij bij dezelfde huurovereenkomst. Zij kunnen het contract samen hebben gesloten, maar iemand kan ook later als huurder zijn toegetreden.
Willen de huurders uit elkaar, dan kunnen zij de rechter vragen te bepalen wie de huur voortzet. De Hoge Raad besliste op 24 december 2021 dat de scheidingsregeling van artikel 7:267 lid 7 BW overeenkomstig geldt voor contractuele medehuurders.
De rechter beoordeelt of beëindiging van het huurderschap van één van hen naar billijkheid geboden is. Daarbij tellen alle omstandigheden mee. Toewijzing is dus geen formaliteit.
Wijst de rechter de vordering toe, dan eindigt het huurderschap voor de vertrekkende huurder op de vastgestelde datum. Die beslissing werkt ook tegenover u als verhuurder, zelfs wanneer u geen partij was in de procedure. Voor deze rechterlijke beëindiging is uw toestemming niet vereist.
Wat betekent onvoldoende inkomen van de achterblijvende huurder?
U heeft de woning mogelijk verhuurd op basis van twee inkomens. Als één huurder vertrekt, verandert uw financiële zekerheid. Dat belang kan meewegen bij de beoordeling wie de huur voortzet.
Artikel 7:267 lid 7 BW bevat geen afzonderlijke inkomensdrempel voor de achterblijvende huurder. De financiële afwijzingsgrond uit lid 3 onder c ziet op het verkrijgen van medehuurderschap en geldt niet rechtstreeks voor een procedure over de verdeling van het huurrecht.
Dat betekent niet dat het inkomen buiten beschouwing blijft. De rechter beoordeelt alle omstandigheden. Daarbij kan ook meewegen of de achterblijvende huurder de huur zelfstandig kan betalen.
Uw inkomenseisen zijn dus geen doorslaggevende toelatingstoets, maar de financiële draagkracht van de achterblijver kan wel relevant zijn. Onderbouw daarom concreet welke betalingsrisico’s u ziet. Alleen verwijzen naar uw gebruikelijke inkomensnorm is daarvoor onvoldoende overtuigend.
Wijst de rechter de vordering toe, dan bepaalt de uitspraak wie de bestaande huur voortzet en vanaf welke datum het huurderschap van de ander eindigt. Voor die rechterlijke beëindiging is uw toestemming niet vereist. Een al bestaande huurachterstand verdwijnt daardoor niet.
Amsterdam: een vertrekverzoek met verstrekkende gevolgen
Ook zonder een eerdere rechterlijke verdeling kan discussie ontstaan over het einde van het huurderschap. Dat blijkt uit de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 28 augustus 2026.
Een huurster had de woning verlaten en op 7 juli 2023 aan de beheerder gevraagd haar van het huurcontract te halen. De andere huurder bleef wonen. Een gezamenlijk verzoek aan de verhuurder was er niet.
De kantonrechter leidde uit deze omstandigheden een voor de verhuurder kenbare feitelijke afspraak tussen de huurders af: de achterblijvende huurder zou de huur alleen voortzetten. Volgens de rechter moest de verhuurder die afspraak dulden.
De rechter nam 1 september 2023 als einddatum van het huurderschap van de vertrokken huurster. Op dat moment bestond nog geen huurachterstand. De vordering tegen haar voor de later ontstane achterstand werd daarom afgewezen.
Deze uitkomst berust op de concrete feiten van die zaak. Een vertrekverzoek, een verhuizing of een eenzijdige mededeling beëindigt het huurderschap niet zonder meer. Evenmin volgt uit deze uitspraak dat toestemming van de verhuurder in iedere situatie irrelevant is.
Blijft een vertrokken huurder aansprakelijk voor huurachterstand?
Maak onderscheid tussen toekomstige huurtermijnen en een al bestaande huurschuld.
Eindigt het huurderschap, dan neemt dat de aansprakelijkheid voor een eerder ontstane huurachterstand niet weg. Voor toekomstige termijnen is de juridische einddatum van belang.
Bij hoofdelijke aansprakelijkheid kunt u iedere huurder aanspreken voor het volledige verschuldigde bedrag. Artikel 7:267 lid 4 BW regelt de hoofdelijke verbondenheid van huurder en medehuurder. Ook de huurovereenkomst en de toepasselijke voorwaarden kunnen daarbij van belang zijn.
Volgens artikel 6:7 BW bevrijdt betaling door de ene hoofdelijk verbonden schuldenaar de ander voor het betaalde bedrag. U kunt dezelfde achterstand dus niet tweemaal innen.
Meer over betalingszekerheid leest u in ons artikel Huurachterstand? Let op medehuur, borg en garantie.
Alleen verhuizen is onvoldoende
De rechtbank Limburg bevestigde op 30 september 2026 dat vertrek uit de woning en inschrijving op een ander adres het contractuele huurderschap niet automatisch beëindigen.
De huurster in die zaak woonde al ruim twee jaar elders. Zij had haar huur bij vertrek echter niet beëindigd. Zij bleef daarom aansprakelijk voor de achterstand uit de periode waarin zij nog huurder was.
Dat verschilt van de Amsterdamse zaak, waarin de rechter op basis van de omstandigheden juist wél een eerdere beëindiging aannam. Het dossier bepaalt dus mede de uitkomst.
“Mijn ex betaalt de achterstand” is geen schuldovername
In de Limburgse zaak beriep de huurster zich ook op de toezegging van haar voormalige partner dat hij de volledige achterstand zou betalen.
Die afspraak ontsloeg haar niet van haar aansprakelijkheid tegenover de verhuurder. Een afspraak tussen huurders over de betaling van een bestaande schuld moet worden onderscheiden van een afspraak over wie de huur voortzet.
Voor schuldovername met werking tegenover de verhuurder verlangt artikel 6:155 BW toestemming van de verhuurder, nadat partijen hem van de overname in kennis hebben gesteld. Alleen een onderlinge betalingsafspraak is daarvoor onvoldoende.
Wat kunt u als verhuurder het beste doen?
Beantwoord een vertrekverzoek niet uitsluitend met een verwijzing naar uw inkomenseisen. Onderzoek welke afspraken de huurders hebben gemaakt, wat zij aan u hebben meegedeeld en of er een rechterlijke beslissing ligt.
Leg vervolgens duidelijk vast wie de huur voortzet en vanaf welke datum. Benoem afzonderlijk wat er gebeurt met een bestaande huurachterstand.
Wilt u betaling vorderen? Controleer dan per huurtermijn wie op dat moment nog huurder was. Zorg voor een gespecificeerd overzicht van de verschuldigde huur en ontvangen betalingen.
Overweegt u ook ontbinding en ontruiming? Lees dan ons artikel over sociale incasso bij huurachterstand van woningen.
Advies over een vertrekkende medehuurder?
Uw weigering om een naam van het huurcontract te verwijderen, geeft op zichzelf geen zekerheid over toekomstige aansprakelijkheid. De juridische einddatum, de gemaakte afspraken en de omstandigheden vragen om een zorgvuldige beoordeling.
De huurrechtadvocaten van Amstel Advocaten adviseren u over vertrekverzoeken, voortzetting van de huur en het verhalen van huurachterstanden.
Vragen over de vertrekkende medehuurder? U kunt altijd vrijblijvend contact opnemen.
Neem contact op met onze specialist Annemarie Govers-Schotten