Bedrijfsruimte winkel (artikel 7:290 BW)

februari 27, 2021by annemarie
Leestijd: 5 minuten

De wet kent twee soorten bedrijfsruimten: De ‘middenstandsbedrijfsruimte’ en de ‘overige bedrijfsruimte’. Welk soort bedrijfsruimte (ver)huurt u? Deze vraag is belangrijk aangezien men soms de verkeerde huurovereenkomst aangaat (dus ‘mbk’ in plaats van ‘overige bedrijfsruimte’ en vice versa). Dit met alle ellende van dien. Mr. Bob de Jager geeft uitleg over de ‘middenstandsbedrijfsruimte’ of ‘bedrijfsruimte winkel’ die is gereguleerd in artikel 7:290 BW.

Wat is ‘bedrijfsruimte winkel’?

De ‘bedrijfsruimte winkel’ is een onroerende zaak en een voor het publiek openbaar toegankelijk lokaal. Het is een plaatsgebonden middenstandsbedrijfsruimte, zoals een winkel, waar men tegen betaling rechtstreeks een product of een dienst levert.

Voor deze winkelruimte geeft het huurrecht een uitgebreide regeling in artikel 7:290 e.v. BW. Kenmerkend voor deze regeling zijn de bepalingen over de indeplaatsstelling, de huurtermijnen en de opzegging. De formaliteiten van deze huuropzegging staan in dit blog. 

Specifiek benoemde gevallen in de wet

De wet kent drie specifieke vormen van de 290-bedrijfsruimte:

A. Kleinhandelsbedrijf, Café/restaurant, Afhaaldienst, Ambachtsbedrijf. Hierbij geldt dat een voor het publiek toegankelijk lokaal voor rechtstreekse levering van roerende zaken of voor dienstverlening in het kader van een ambacht aanwezig moet zijn.

B. Hotelbedrijf. Ondanks dat het in de praktijk regelmatig voorkomt dat een huurovereenkomst wordt gesloten onder het regime van artikel 7:230a BW, valt het hotelbedrijf te allen tijde onder het regime van artikel 7:290 BW.

C. Kampeerbedrijf. Naast een kampeerbedrijf valt ook een bungalowpark onder het regime van artikel 7:290 BW, zo oordeelde de kantonrechter van de Rechtbank Limburg.

Voorbeelden

Er zijn meer bedrijfsruimten die onder het regime van artikel 7:290 BW vallen. Denk aan:

  • bouwmarkt;
  • bloemenstal;
  • kantine;
  • supermarkt;
  • autowasstraat;
  • fietsenmaker;
  • detailhandelsbedrijf;
  • restaurant- of cafébedrijf;
  • afhalen- of besteldienst;
  • ambachtsbedrijf;
  • shop in shop;
  • garagebedrijven;
  • stomerijen.
Twijfelgevallen

Een aantal bedrijfsruimten kan als twijfelgeval bestempeld worden. Met andere woorden, sommige ondernemingen lijken een 290-bedrijfsruimte te zijn , maar behoren tot de ‘overige bedrijfsruimten (230a)‘ (niet voor het publiek toegankelijk), en vice versa. Hieronder volgen een paar voorbeelden:

Kapper. Zonder afspraak kan men niet een kapperszaak in zoals een winkel kan worden doorgewandeld. Dit neigt naar een 230a-bedrijfruimte. Als men op afspraak bij een kapsalon terecht kan, is toch sprake van een 290-bedrijfsruimte. Deze dienstverlening kwalificeert volgens rechtspraak als de uitoefening van een ambacht.

Nagelstudio. Een nagelstudio lijkt op een kapper, maar valt daarentegen onder het regime van artikel 7:230a BW. Dit wordt gezien als de uitoefening van een vrij beroep en voldoet daarmee niet aan de omschrijving van artikel 7:290 BW (ambacht).

Huurovereenkomst afsluiten?

Kortom, valt een bedrijf in de categorie twijfelgevallen dan is het voor zowel de huurder als verhuurder goed om na te gaan welke huurovereenkomst men dient af te sluiten. Daarbij is belangrijk hetgeen partijen omtrent het gebruik van het gehuurde voor ogen staat en of men het gehuurde ook heeft ingericht voor de uitoefening van en bedrijf als bedoeld in artikel 7:290 BW of niet.

Art.7:230a biedt veel minder huurbescherming aan de huurder dan art.7:290 bedrijfsruimte, dit is een van de redenen om bij het aangaan van de huurovereenkomst goed op te letten of u de juiste vorm ondertekent.

Bedrijfsruimte winkel, advies nodig?

Twijfelt u over het soort bedrijfsruimte dat u (ver)huurt?   

U kunt altijd vrijblijvend contact opnemen en gebruikmaken van het gratis spreekuur.

Rechtsbijstandverzekering? 

Neem contact op met advocaat Bob de Jager

Neem contact op met Annemarie
Stel uw vraag
close slider