Bedrijfsruimte kantoor (artikel 7:230a BW)

25 februari 2021
Leestijd: 5 minuten

De wet kent twee soorten bedrijfsruimten: De ‘middenstandsbedrijfsruimte’ en de ‘overige bedrijfsruimte’. Ook wel aangeduid als bedrijfsruimte kantoor. Welke bedrijfsruimte (ver)huurt u? Deze vraag is belangrijk aangezien men soms de verkeerde huurovereenkomst aangaat (dus ‘mbk’ in plaats van ‘overige bedrijfsruimte’ en vice versa). Dit met alle ellende van dien. Mr. Bob de Jager geeft uitleg over de ‘overige bedrijfsruimte’.

Wat is ‘bedrijfsruimte kantoor’?

De ‘middenstandsbedrijfsruimte‘ is beter bekend als horeca en winkel. Die ruimten zijn voor het publiek toegankelijk. Tot de ‘overige bedrijfsruimten’ behoren onroerende zaken die (in beginsel) niet voor het publiek toegankelijk zijn. Hiervan is een goed voorbeeld het kantoor.

Voor deze bedrijfsruimte geldt (slechts) één specifieke wetsbepaling. Die van artikel 7:230a BW. Voorbeelden van 230a-bedrijfsruimten zijn:

  • opslagloods (groothandel);
  • rijschool met kantoorruimte;
  • begrafenisonderneming;
  • fabriek;
  • kantoorpand (bank, makelaar, VVV);
  • showroom.
Verschillen met de winkelruimte

Voor de winkelruimte geldt een speciaal huurrechtelijk regime, die van artikel 7:290 BW. Voor de 230a-bedrijfsruimte niet, alleen artikel 7:230a BW. Veel vragen over 230a-bedrijfsruimte beantwoordt men dan ook met het algemene contractenrecht: Zo geldt voor winkels een specifieke indeplaatsstellingsregeling, voor kantoren geldt de algemene bepaling van de contractoverneming.

De 230a-bedrijfsruimte heeft een aparte opzegregeling. Die formaliteiten treft u in dit blog. Die opzegregeling biedt veel minder huurbescherming dan die van artikel 7:290 e.v. BW. Dit is dan ook een reden om bij het aangaan van de huurovereenkomst de juiste vorm vast te stellen.

Twijfelgevallen

Niet van elke onderneming kan eenvoudig worden vastgesteld of die een 230a- of 290-bedrijfsruimte is. Er zijn ondernemingen die voor publiek toegankelijk zijn, conform artikel 7:290 BW, maar toch als 230a-bedrijfsruimten kwalificeren. Hieronder een aantal voorbeelden:

Musea. Een museum is een ruimte die men niet zonder afspraak of toegangsticket kan betreden. Veel musea bieden ook een museumshop en horeca gelegenheden (die voor ieder toegankelijk is). Van welke bedrijfsruimte is sprake?  De kantonrechter te Rotterdam beantwoordde deze vraag door naar de kernactiviteit te kijken, te weten “het exploiteren van een museum“. Hierop is van toepassing artikel 7:230a BW.

Sportscholen. Ten aanzien van sportscholen zien wij in de praktijk zowel huurovereenkomsten onder het regime van artikel 7:230a BW als artikel 7:290 BW. Een sportschool is in zekere zin minder gebonden aan een locatie waardoor het onder 7:230a BW kan vallen. Tegelijkertijd is een sportschool wel toegankelijk voor publiek en worden veelal producten verkocht. Ook in dit geval is de kernactiviteit zodanig dat men niet zonder afspraak of lidmaatschap de ruimte kan betreden, en dus een 230a-ruimte.

Is een bedrijf een twijfelgeval, dan is het voor de huurder en verhuurder goed om na te gaan welke huurovereenkomst moet worden toegepast. Daarbij kan het helpen om het gebruik goed te verwoorden in de huurovereenkomst.

Vragen over uw bedrijfsruimte kantoor?

Heeft u vragen over de bedrijfsruimte die u (ver)huurt?  

U kunt altijd vrijblijvend contact opnemen en gebruikmaken van het gratis spreekuur.

Rechtsbijstandverzekering? 

Neem contact op met advocaat Bob de Jager

Neem contact op met Annemarie
Stel uw vraag
close slider